Belemmerende overtuigingen

Een overtuiging is een gedachte die je heel vaak denkt en die je zelf bent gaan geloven. Als je maar vaak genoeg denkt dat je iets niet kunt, dan zal het je waarschijnlijk ook niet lukken en wordt het vanzelf een overtuiging. Als je maar vaak genoeg denkt dat mensen die niet drinken of vlees eten ongezellig zijn, ga je er zelf in geloven en wordt het een overtuiging. Een hele bevolkingsgroep of familie kan dezelfde overtuiging hebben. Zo’n overtuiging voelt als de waarheid, als de enig juiste gedachte over iets. Toch blijft het een interpretatie.

Waar komen overtuigingen vandaan?
Er zijn een aantal zaken van invloed op het ontstaan van overtuigingen zoals:
-Je opvoeding en het gezin waarin je opgroeit. Je neemt altijd overtuigingen mee van je opvoeders. Het is onmogelijk voor ouders om hun kinderen overtuiging-proof op te voeden en je kunt er over filosoferen of dit ook gewenst is. Bijvoorbeeld de overtuiging (veel) eten en drinken op een feestje is gezellig en hoort.
-De rest van de mensen waarmee je opgroeit, Hoe ouder je wordt als kind, hoe groter de invloed van de overige personen op jouw overtuigingen. Bijvoorbeeld tijdens je studietijd: 'Als je niet drinkt ben je ongezellig’.
-De cultuur en het land. Wat in het ene land of in de ene cultuur heel vanzelfsprekend is, is dat in een ander land of andere cultuur helemaal niet. Vlees of alcohol is in sommige culturen not done terwijl in Nederland de neanderthaler in ons wordt aangesproken middels reclames van barbecues en grillmasters. Beide landen of culturen zijn ervan overtuigd dat hun zienswijze de juiste is. Je hebt slechts te maken met interpretaties.
-De ervaringen die je opdoet en alles wat je meemaakt
-De tijd waarin je leeft. Wij hebben nu andere overtuigingen dan onze grootouders vlak na de hongersnood.
-Je opleiding, alles wat je leest en bestudeert
-De media
-Of je man of vrouw bent

Voor- en nadelen van overtuigingen
Overtuigingen besparen ons energie van het nuanceren en het nadenken. Dat is een prettige kant. Ze kunnen ook een gevoel van verbondenheid oproepen en een gevoel van zekerheid ( zo zijn/doen wij nu eenmaal). Dit laatste merk je ook als je plotseling wordt geconfronteerd met overtuigingen van andere mensen. Als je daarover nadenkt kan dit een gevoel van verwarring veroorzaken. De andere kant van een overtuiging is dat hij niet altijd rationeel of reëel is. Vaak is een overtuiging gebaseerd op een of enkele ervaringen, gebrekkige informatie, gaat voorbij aan de feiten, is niet logisch of is overdreven. Daarnaast helpt een overtuiging je lang niet altijd om je doel te bereiken en is lang niet altijd constructief. Overtuigingen hebben dus ook flink wat nadelen.

5 categorieën
Veel irrationele gedachten of overtuigingen kun je onderbrengen in een van de volgende categorieën.
1. Perfectionisme: alles moet goed gaan, je mag geen fouten maken, angst te falen, jezelf beoordelen op mate van perfectie.
2. Rampdenken: overdrijven van de gevolgen, van muggen olifanten maken, geen nuancering meer aanbrengen, gevaar zien dat er niet is.
3. Lage frustratiedrempel: tegen dingen opzien, denken dat je het niet kunt, dat het te moeilijk, te zwaar, teveel of te druk is, angst voor tegenslag, snel ontmoedigt
4. Zeer grote behoefte aan respect, waardering en liefde. Door iedereen aardig gevonden willen worden, vermijding van conflicten, waarheid niet durven zeggen, bang voor afwijzing.
5. Eisen stellen aan anderen en de maatschappij. Anderen willen veranderen, niet accepteren van de realiteit, verontwaardiging omdat het niet loopt zoals jij het wilt. Anderen willen laten leven volgens jouw normen. Dat kan toch niet? Dat mag toch niet? Het zou eigenlijk….

Van tijd tot tijd verliezen we ons allemaal wel in irrationele gedachten en je zult je vast wel herkennen in bovengenoemde categorieën. Irrationele gedachten kunnen leiden tot heftige emoties en ineffectief gedrag. Rationeel wil in dit verband zeggen: realistisch, passen bij de situatie, in de juiste proporties of verhoudingen zien, reëel en realistisch zijn! Met rationeel wordt dus niet het tegenovergestelde van gevoelsmatig bedoeld of de afwezigheid van gevoel. Denken en voelen hebben juist alles met elkaar te maken. Door rationeel te denken stop je je gevoel ook zeker niet weg.

Kritische vragen
 Je kunt irrationele gedachten opsporen door jezelf uit te dagen met kritische vragen en deze eerlijk te beantwoorden. Dit leidt er toe dat je tot een rationeler en realistischer inzicht komt. Een voorbeeld vraag: "Is een feestganger die de hapjes laat staan en geen alcohol drinkt ongezellig en onbeleefd"?
Je kunt je vragen stellen zoals:
-Is dit een logische gedachten?
-Is het echt zo (erg) als ik zeg of overdrijf ik enigszins?
-Zou ik een ander net zo beoordelen als mezelf (of omgekeerd). Hij/zij is ongezellig omdat ze niet alles opeet?
-Help ik mezelf met deze gedachten?
-Helpt deze gedachte mij om mijn doel te bereiken?
-Wat is het ergste wat er kan gebeuren als ik eten of drinken afsla? en dan? wat is het allerergste gevolg?
-Wat kan er gebeuren als het niet gaat zoals ik wil?
-Op hoeveel vroegere ervaringen zijn mijn overtuigingen gebaseerd? Zijn dit ervaringen van mezelf of van iemand anders of gebaseerd op verhalen uit bijvoorbeeld de media?
-Is dit de enige manier om er over te denken? Kan ik me voorstellen dat iemand anders er anders over denkt? Zou ik de zaak vanuit een ander perspectief kunnen benaderen?

Opdracht
Kritische vragen leiden bijna automatisch tot een verschuiving in de manier van denken. In het geval van paniek en stress of drukte kunnen ze de rust een beetje laten terugkeren.
Wat zijn jouw belemmerende overtuigingen? Noteer er drie en werk ze uit middels het stellen van de kritische vragen. Doe deze oefening ook eens samen met vrienden, collega's of gezinsleden.